Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk XII Financiële bepalingen

Artikel 32

Artikel 32

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Stadsgewest ‘s-Hertogenbosch

De rekening Van de inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam wordt door het dagelijks bestuur over elk dienstjaar verantwoording gedaan aan het algemeen bestuur, onder overlegging van de rekening met de daarbij behorende bescheiden. Het dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag van een onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet, aangewezen deskundige, alsmede hetgeen het te zijner verantwoording dienstig acht. Het dagelijks bestuur zendt de voorlopige jaarrekening van het afgelopen jaar vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, toe aan de raden van de deelnemende gemeente Het algemeen bestuur stelt de rekening vast volgend op het jaar waarop zij betrekking heeft. Het dagelijks bestuur zendt deze binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli daaropvolgend aan gedeputeerde staten. Van de vaststelling wordt mededeling gedaan aan de deelnemende gemeenten. De vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in bewijsstukken of andere onregelmatigheden. In de rekening wordt het door elk van de deelnemende gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen. De kosten worden, rekening houdende met andere inkomsten, over de deelnemende gemeenten verdeeld, naar verhouding van het inwonertal, tenzij in de begroting een andere verdeelsleutel is vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel