Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 1

Definities

Onderdeel van Beleidsregel Mantelzorgwoningen Neder-Betuwe

In deze beleidsregel wordt verstaan onder: Hoofdwoning: bestaand gebouw waar permanente bewoning op grond van het omgevingsplan toegestaan is. Per hoofdwoning is maximaal 1 mantelzorgwoning toegestaan. Huishouden: een of meer personen die in vast verband samenleven (eventueel met hun kinderen) waarbij het samenleven wordt gekenmerkt door continuïteit en een sociale relatie. Huisvesting in de mantelzorgwoning: huisvesting in een zelfstandige wooneenheid bij een hoofdwoning, van maximaal twee personen (exclusief eventuele minderjarige kinderen), van wie ten minste één persoon mantelzorg ontvangt van een bewoner van de hoofdwoning of andersom. Mantelzorg: is zorg en ondersteuning die mensen vrijwillig en onbetaald verlenen aan mensen met fysieke, verstandelijke of (sociaal)psychische beperkingen in hun familie, huishouden of anderszins sociale netwerk. Het gaat om gebruikelijke hulp, die in redelijkheid verder gaat dan mag verwacht worden van partners, ouders, kinderen of andere huisgenoten. Mantelzorger: een persoon die mantelzorg verleent aan de mantelzorgontvanger. Mantelzorgontvanger: een persoon die mantelzorg ontvangt van de mantelzorger. Mantelzorgwoning: zelfstandige wooneenheid binnen de bestaande bebouwing of in een woonunit waar huisvesting in verband met mantelzorg plaatsvindt, die kan worden aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk (bij de hoofdwoning) in de zin in van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Mantelzorgverklaring: een verklaring op basis van informatie vanuit gesprekken met de aanvrager, eventueel aangevuld met medische informatie om aan te tonen dat sprake is van een mantelzorgsituatie (zie bijlage). Nul-tredenwoning: wooneenheid die geschikt is voor mensen met lichte lichamelijke functiebeperkingen. Uitgangspunt is dat de basisfuncties (woonkamer, keuken, douche, wc en minimaal één slaapmogelijkheid) gelijkvloers en rolstoel toe- en doorgankelijk zijn. Permanente bebouwing: bebouwing waarbij geen sprake is van een (tijdelijke) woonunit. Sociale relatie: de band tussen twee of meer mensen op maatschappelijk en sociaal gebied, Hieronder wordt in ieder geval verstaan de band tussen; grootouders en kleinkinderen; ouders en kinderen; schoonouders, schoondochter en schoonzoon; (half)broers en/of (half)zussen; pleegkinderen Verklaring: een onderbouwing van de bij een vergunning voor mantelzorg betrokken partijen waarin wordt uitgesproken dat mantelzorg verleend wordt door mantelzorgers aan mantelzorgontvangers. Woonunit: een demontabele of verplaatsbare woning welke niet op een ‘vaste’ fundering geplaatst wordt, tenzij deze in bestaande bebouwing gerealiseerd wordt. Zelfstandige wooneenheid (met een eigen huisnummer en voordeur): een woonruimte welke een eigen toegang heeft (eventueel via een centrale hal) en welke door één huishouden kan worden bewoond en beschikt over de wezenlijke voorzieningen zoals sanitair, kookgelegenheid en wasgelegenheid.

Rechtspraak bij dit artikel