Nederland vergrijst in snel tempo. Deze ontwikkeling heeft tot gevolg dat er steeds meer mensen zijn die hulp behoeven. Dit brengt grote uitdagingen met zich mee op het gebied van zorg. Er is onder andere sprake van een toenemende zorgvraag (deels veroorzaakt door de vergrijzing) en van financiële middelen die schaars zijn en een tekort aan zorgpersoneel. Dit maakt dat de zorg anders ingericht moet worden en mensen meer en langer voor elkaar moeten zorgen. Er zal dus een groter beroep worden gedaan op mantelzorg, doordat de alternatieven beperkt zijn.
Volgens MantelzorgNL zijn in Neder-Betuwe van de ruim 19 duizend 15-plussers, bijna 7 duizend mantelzorger. Met het oog op toenemende vergrijzing en een groter aandeel hulpbehoevenden dat thuis blijft wonen, verwachten we dat in de toekomst er steeds vaker een beroep zal worden gedaan op mantelzorgers. Mantelzorgers worden (onbetaald en vaak langdurig) ingezet voor verzorging of hulp bij dagelijkse activiteiten.
De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) gaat ervan uit dat deze hulp in eerste instantie zelf wordt georganiseerd, alvorens aanspraak gemaakt kan worden op collectieve voorzieningen of individuele hulp. Eigen verantwoordelijkheid nemen is het uitgangspunt van de Wmo.
Er zijn veel inwoners die graag zelf voor bijvoorbeeld hun zorgbehoevende ouders willen zorgen en die hiervoor ruimte willen creëren. De ouders worden dan in een min of meer zelfstandige woonruimte gehuisvest. De kinderen kunnen dan mantelzorg verlenen. Daarom voorzien bouwplannen vaak in voorzieningen die zelfstandige bewoning mogelijk maken, zoals een badkamer, toilet, keuken en slaapkamer. Het planologische probleem is dat er enerzijds de bereidheid bestaat om medewerking te verlenen aan het tegemoetkomen van de zorgvraag, maar dat anderzijds moet worden voorkomen dat in het kader van huisvesting voor mantelzorg een reguliere woning kan ontstaan. Daarom is het van belang hier duidelijke regels en uitgangspunten voor op te stellen.