**1..** Het college verleent subsidie voor de volgende activiteiten:
maatregelen die bijdragen aan een circulaire economie door het sluiten van grondstofkringlopen en verminderen van afvalstromen, zoals:
minimaliseren primair materiaalgebruik voor nieuwbouw;
maximaliseren van lokaal hergebruik van bouwmaterialen, bijvoorbeeld middels materialenpaspoort;
reduceren van de watervraag in bouw- en gebruiksfase, bijvoorbeeld door toepassing waterbuffer;
maximaliseren demontage en hermontage in ontwerp gebouw;
duurzame materialen gebruiken in het gebouw (lagere milieu-impact), bijvoorbeeld materialen met een lage score in de MPG, biobased materialen (zoals gecertificeerd hout, hennep, vlas en stro).
maatregelen die bijdragen aan biodiversiteit door het behouden en verbeteren van natuurwaarden dan wel bijdragen aan biodiversiteit zoals:
groene daken (sedumdaken, grasdaken);
gebouwgebonden natuurinclusief maatregelen (activiteiten zo vormgegeven dat ze de natuur integreren en versterken, met als doel een positieve wisselwerking tussen mens en natuur te creëren);
maatregelen op eigen buitenterrein.
maatregelen die bijdragen aan klimaatadaptatie ten aanzien van wateroverlast, droogte en hittestress, zoals:
gebouwgebonden hitte regulerende maatregelen voor binnenklimaat zoals passieve zonwering (bouwkundige elementen die zonlicht en warmte op natuurlijke wijze reguleren, zonder mechanische systemen, die in de zomer schaduw bieden en oververhitting voorkomen, terwijl ze in de winter meer zonlicht toelaten) buiten aan de zonzijde;
gebouwgebonden maatregelen voor hemelwateropvang en -afvoer middels bijvoorbeeld groen/blauwe daken;
maatregelen op eigen buitenterrein, zoals schaduw elementen, bomen en overkappingen of extra waterberging en een slim bewateringssysteem voor beplanting op basis van een regenwaterbron.
maatregelen die bijdragen aan de energietransitie door energiebesparing of duurzame opwek zoals:
gebouwgebonden maatregelen zoals extra isolatie van gevel, vloer of dak of ventilatie met warmteterugwinning en CO2-gestuurd;
productie- en procesmaatregelen zoals energiebesparing door zuinige technologie of slimmere processen en hergebruik van de bij productie vrijgekomen warmte;
maatregelen voor duurzame energieopwekking zoals zonnepanelen, restwarmte en productie groene waterstof.
**2..** Het college verleent subsidie als, naast elders in deze regeling geformuleerde eisen, voldaan is aan alle van de onderstaande criteria:
de maatregelen zijn additioneel ten opzichte van de op dat moment gangbare energie- en milieunormen;
de subsidie heeft een stimulerend effect. Er is sprake van een stimulerend effect als:
de aanvraag voor subsidie is ingediend voordat de subsidiabele activiteiten zijn gestart;
de subsidie leidt tot een wezenlijke toename van de omvang, reikwijdte of hoogte van de investeringen van de activiteiten of dat de activiteiten aantoonbaar sneller worden uitgevoerd;
de terugverdientijd bedraagt meer dan vijf jaar;
het is aannemelijk dat de benodigde vergunningen binnen een periode van achttien maanden kunnen worden verkregen.
Per locatie kan slechts één keer subsidie worden verleend op basis van deze regeling.
**3..** Voor zover een maatregel naar het oordeel van het college kan worden ondergebracht bij meer dan één van de in het eerste lid genoemde categorieën, beslist het college welke categorie van toepassing is.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Subsidiabele activiteiten
Onderdeel van Subsidieregeling duurzaamheidsmaatregelen De Duurzame Stad Lorentz III 2025