In beginsel start een herstellend handhavingstraject met een schriftelijke aanwijzing, inclusief een hersteltermijn waarbinnen de tekortkoming moet zijn hersteld. Gelijktijdig met het geven van de schriftelijke aanwijzing geven wij de toezichthouder de opdracht om kort na het verstrijken van de gegeven termijn een nader onderzoek in te stellen.
Blijkt uit het nader onderzoek van de toezichthouder dat de tekortkoming niet is opgeheven, dan vindt er een afweging plaats over de te nemen vervolgstap in de handhaving. Dit kan zijn het opleggen van een last onder dwangsom.
Leidt ook deze stap niet tot (volledige) naleving, dan vindt wederom een afweging plaats over de te nemen vervolgstap. In dat geval ligt een verhoogde last onder dwangsom of een exploitatieverbod voor de hand. Het uiterste middel binnen een herstellend traject is het intrekken van de toestemming tot exploitatie.
Naast een herstellend traject is het, zoals in 6.2.1. beschreven, ook mogelijk een bestraffend traject te starten. Dit betekent het opleggen van een bestuurlijke boete. De bestuurlijke boete is dan het gevolg van het overtreden van een bepaalde kwaliteitseis.
De aard van de overtreding kan er toe leiden dat wij bij een eerste tekortkoming volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing. Als uit een volgend inspectierapport van de toezichthouder blijkt dat er sprake is van recidive, kan dat aanleiding zijn tot het opleggen van een bestuurlijke boete.
Een bestuurlijke boete is ook mogelijk bij het niet opvolgen van een aanwijzing, bevel of exploitatieverbod. Ook het niet meewerken aan een vordering van de toezichthouder, illegale opvang of het niet tijdig doorgeven van een wijziging kan een bestuurlijke boete opleveren.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.2
Artikel 6.2.2
Escalatieladder
Onderdeel van Beleidsregels Gemeentelijke taken uitvoering Wet kinderopvang 2025 gemeente Hulst