Naar hoofdinhoud
1.. Een deelnemer kan per 1 januari van enig jaar uit de regeling treden, mits het voornemen daartoe door de bevoegde bestuursorganen van de desbetreffende gemeente ten minste één jaar van tevoren bij aangetekende brief of deurwaardersexploot is medegedeeld aan het algemeen bestuur 2.. Voor een uittredende deelnemer geldt een uittredingsverplichting gelijk aan een percentage van het aandeel van de betrokken deelnemer in de kosten van de GR-KCV gedurende het kalenderjaar voorafgaand aan dat van uittreding, verhoogd met de meerkosten die de GR-KCV aan één of meer vervoerders verschuldigd is als gevolg van de uittreding. 3.. Het in het tweede lid bedoelde percentage bedraagt: voor het eerste jaar 100% voor het tweede jaar 75% voor het derde jaar 50% voor het vierde jaar 25% 4.. Met betrekking tot na uittreding aan de GR-KCV verblijvende kosten verbonden aan verzoektaken als bedoeld in artikel 5 bedraagt de uittredingsverplichting voor de uittredende gemeente 100% voor onbepaalde tijd. 5.. Het algemeen bestuur kan ten gunste van een uittredende deelnemer afwijken van het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid, mits de financiële verplichtingen van de overblijvende deelnemers daardoor niet worden verzwaard ten opzichte van de situatie die zou hebben bestaan indien de uittredende deelnemer niet zou zijn uitgetreden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel