Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

De mandaatverlening

Onderdeel van Mandaatbesluit leefgeld en innen eigen bijdrage ontheemde Oekraïners

1.. Het college mandateert de bevoegdheid tot het nemen van besluiten over de verstrekking van leefgeld aan het bestuur, de directieraad, de directeur Domein Sociaal en de afdelingshoofden Domein Sociaal van Meerinzicht, met de mogelijkheid van ondermandaat aan medewerkers van Meerinzicht. 2.. Het college mandateert de bevoegdheid tot het nemen van besluiten over het innen van de eigen bijdrage aan het bestuur, de directieraad, de directeur Domein Sociaal en de afdelingshoofden Domein Sociaal van Meerinzicht, met de mogelijkheid van ondermandaat aan medewerkers van Meerinzicht. 3.. Onder het mandaat in de zin van het vorige lid wordt tevens verstaan het nemen van besluiten alsmede de voorbereiding en uitvoering daarvan, met uitzondering van: de bevoegdheid te beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als hiervoor bedoeld, alsmede tegen een beslissing als bedoeld in artikel 6:3 van de Awb; de bevoegdheid tot het vaststellen van beleidsregels. 4.. Het in het eerste en tweede lid omschreven mandaat komt de gemandateerde slechts toe met inachtneming van het navolgende: de gemandateerde kan uitsluitend gebruik maken van zijn mandaat voor het aangaan van financiële verplichtingen voor zover daarin is voorzien in de begroting en voor zover het desbetreffende budget toereikend is; de gemandateerde blijft bij de uitoefening van de aan hem gemandateerde bevoegdheid te allen tijde binnen de door het college vastgestelde (financiële en beleids)kaders; de gemandateerde oefent de aan hem gemandateerde bevoegdheid uit met inachtneming van vigerende formele en materiële wet- en regelgeving, in het bijzonder de ministeriële regeling; de gemandateerde oefent de aan hem gemandateerde bevoegdheid uit met inachtneming van schriftelijke of mondelinge aanwijzingen van het college; de gemandateerde laat het besluit nemen door een in lijn hogere functionaris of door het college indien de gemandateerde belanghebbende is bij het besluit; de gemandateerde mag niet betrokken zijn bij de voorbereiding van dit besluit. 5.. Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid tot verstrekking van een overige voorziening. Daarbij kan naar analogie met de verlening van bijzondere bijstand worden gehandeld, mits geen sprake is van een situatie, waarin: het gaat om kosten die een bedrag van € 1.000,00 per persoon overschrijden; aannemelijk is dat er sprake kan zijn van ongewenste precedentwerking; aannemelijk is dat een aanvraag politiek gevoelig ligt. In gevallen als hiervoor onder a, b en c genoemd dient het college geconsulteerd te worden door de gemandateerde, alvorens tot besluitvorming wordt overgegaan. 6.. Geen mandaat wordt verleend voor bevoegdheden waarvoor rechtens geen mandaat kan worden verleend of waarvan de aard en strekking zich tegen het verlenen van mandaat verzetten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel