**1..** Indien gebleken is dat een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en alle onderliggende regelgeving, start het college in beginsel een herstellend handhavingstraject. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(-en), hersteld houden van deze overtreding(en) en op voorkoming van herhaling van de overtreding(-en).
**2..** Bij het uitvoeren van een herstellend handhavingstraject hanteert het college de volgende stappen:
stap 1: aanwijzing;
stap 2: last onder dwangsom/last onder bestuursdwang;
stap 3: exploitatieverbod;
stap 4: intrekken van de toestemming tot exploitatie en verwijdering van de registratie uit het Landelijk Register Kinderopvang (LRK).
**3..** Indien de aard van de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan het college besluiten om een bepaalde stap of bepaalde stappen in het herstellende traject over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen.
**4..** De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de kwaliteitseis zoals afgeleid kan worden uit het afwegingsmodel dat als bijlage is opgenomen.
**5..** Bij het geven van een aanwijzing (zoals bedoeld in artikel 4 onder 2a) gelden de volgende hersteltermijnen:
Prioriteit/consequentie hoog: maximaal 7 dagen;
Prioriteit/consequentie gemiddeld: maximaal 14 dagen;
Prioriteit/consequentie laag: maximaal 21 dagen.
Deze termijnen worden eveneens gehanteerd als begunstigingstermijn indien ervoor gekozen is om een last onder dwangsom/last onder bestuursdwang (zoals bedoeld in artikel 4 onder 2b) in te zetten.
**6..** Bij het bepalen van de hoogte van een dwangsom (zoals bedoeld in artikel 4 onder 2b) wordt op basis van de volgende uitgangspunten een berekening gemaakt:
Het financiële voordeel dat de overtreder behaalt met voortzetting of herhaling van de overtreding;
Het bedrag, dat uit de berekening zoals bedoeld onder sub a volgt, wordt vermenigvuldigd met de factor 2 zodat voldoende stimulans wordt geboden om de overtreding ongedaan te maken.
**7..** Bij niet opvolgen van de maatregelen zoals bedoeld onder artikel 4 – 2a en 2b kan het college besluiten de kinderopvang tijdelijk te sluiten tot de overtredingen zijn hersteld.
**8..** Indien niet (langer) wordt voldaan aan de definities van de Wet kinderopvang voor wat betreft de geregistreerde voorziening (dagopvang, buitenschoolse opvang, gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang) wordt de gegeven toestemming tot exploitatie ingetrokken door middel van een beschikking overeenkomstig artikel 1.46 lid 5 en 6 Wet kinderopvang (zoals bedoeld onder artikel 4 – 2d). Aansluitend wordt de registratie verwijderd uit het landelijk register kinderopvang.
**9..** Bij overtredingen van aanvullende kwaliteitseisen bij een locatie die voorschoolse educatie aanbiedt, treedt het college direct op binnen de subsidierelatie. In kwartaaloverleggen tussen houder en gemeente en bij de aanvraag en verantwoording van de subsidie beschrijft de VE-locatie op welke wijze de overtredingen duurzaam zijn of worden hersteld.