De in artikel 2 bedoelde aanwijzing geschiedt voor de duur van ten hoogste vijf jaren.
Aan een aanwijzing kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden die betrekking kunnen hebben onder meer op:
de ontvangstvoorzieningen waarover het bedrijfs beschikt en de veranderingen daarvan;
de mate van beschikbaarheid voor en de verplichting tot het in ontvangst nemen van schadelijke stoffen;
de soorten schadelijke stoffen waarvoor de aanwijzing geldt;
het meedelen van het tarief voor de kosten, die in rekening worden gebracht aan schepen die schadelijke stoffen afgeven;
het melden van het in ontvangst nemen van de schadelijke stoffen en het verstrekken van gegevens daaromtrent.
Burgemeester en wethouders kunnen de duur van een aanwijzing telkens met een tijdvak van ten hoogste vijf jaren verlengen, zo nodig met gewijzigde beperkingen en voorschriften.
Burgemeester en wethouders kunnen een aanwijzing of verlenging intrekken indien:
een reden waarom zij heeft plaatsgevonden is vervallen;
een beperking of voorschrift niet wordt nageleefd;
na de aanwijzing of verlenging zich zodanige feiten of omstandigheden voordoen dat, indien deze ten tijde van de aanwijzing of verlenging bekend waren geweest, de aanwijzing of verlenging niet of niet in die vorm zou hebben plaatsgevonden.
Artikel 3
Geldigheidsduur van de aanwijzing: beperkingen en voorschriften
Onderdeel van Verordening ontvangstvoorzieningen voor schadelijke stoffen van zeeschepen