Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 6:

Draagkrachtperiode

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2025 gemeente Oisterwijk

1.. De draagkracht wordt bij ongewijzigde omstandigheden 1 keer per jaar vastgesteld. De periode vangt aan op de eerste dag van de maand waarin de eerste aanvraag om bijstand is ingediend. 2.. De draagkracht wordt herzien indien wijzigingen in de volgende omstandigheden daarvoor aanleiding geven. De volgende omstandigheden geven daartoe in ieder geval aanleiding: Een stijging van 10% of meer in het inkomen; Een stijging van het vermogen, door gevallen zoals benoemd in artikel 31 lid 1 van de wet. 3.. Indien het inkomen wijzigt ten tijde van de aanvraag gaan we uit van het toekomstige inkomen. 4.. In het geval dat er geen sprake is van draagkracht in het inkomen en vermogen kennen we bijzondere bijstand toe voor de duur van drie jaar als er sprake is van de volgende periodieke kosten: kosten bewind voering/mentorschap/curatele, bankkosten bewind voering, personenalarmering, maaltijden en dieetkosten. 5.. We stellen bij de in lid 3 genoemde periodieke kosten de draagkracht bij aanvang voor de gehele periode van drie jaar vast. Als er wel draagkracht is in het inkomen wordt de bijzondere bijstand voor de duur van een jaar toegekend. Indien bij de beoordeling van de aanvraag blijkt dat naar oordeel van het college een toekenningsperiode van 3 jaar te lang is dan kan de bijzondere bijstand voor de duur van een jaar worden toegekend. 6.. Als het vermogen €2000,00 minder is dan de van toepassing zijnde vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 van de wet, kan het college besluiten om de draagkracht voor 12 maanden vast te stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel