**1..** Alle begrippen die in deze regeling worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht, het Burgerlijk Wetboek en de Wet op de huurtoeslag.
**2..** In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
College: het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Oisterwijk;
Wet: de Participatiewet
Belanghebbende: de persoon die in aanmerking wenst te komen voor bijzondere bijstand;
Vermogen: het vermogen volgens artikel 34, lid 1, sub a en b van de wet tenzij expliciet anders wordt aangegeven;
Bijzonderebijstand: de bijstand als bedoeld in artikel 35 van de wet;
Bijstandsnorm: de voor belanghebbende geldende norm op basis van de wet;
Voorliggendevoorziening: elke wettelijke voorziening buiten de Participatiewet waarop de persoon of het gezin aanspraak kan maken dan wel een beroep kan doen ter verwerving van middelen of bekostiging van specifieke uitgaven;
Minimuminkomen: 120% van de op datum aangevraagde geldende bijstandsnorm exclusief vakantiegeldreservering;
Woonkosten:
Indien een huurwoning wordt bewoond: de op de aanvangsdatum van het lopende huurtoeslagtijdvak per maand geldende huurprijs als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag inclusief de servicekosten
indien een eigen woning wordt bewoond: de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten. Onder zakelijke lasten wordt verstaan: de rioolrechten, het eigenaarsaandeel van de onroerende zaakbelasting, de brandverzekering, de opstalverzekering en het eigenaarsaandeel van de waterschapslasten.
indien een woonwagen of woonschip wordt bewoond: stageld, liggeld of roerende zaakbelasting, in ieder geval niet zijnde energiekosten.
Hoofdstuk 1:
Artikel 1:
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2025 gemeente Oisterwijk