Tijdens een onderzoek of controle kunnen meerdere van bovengenoemde kaders worden ingezet, tegelijkertijd of in tijd op elkaar volgend. Hierin wordt ook voorzien door de Regeling Jeugdwet (deel van het bestuursrechtelijk kader), waarbij bijvoorbeeld de formele controle op declaraties eveneens gericht is op afspraken zoals deze zijn vastgelegd in de (privaatrechtelijke) Overeenkomst.
Een onderzoek naar rechtmatigheid wordt in stappen opgebouwd, waarbij de uitkomsten van een eerdere stap van invloed zijn op welke vervolgstappen wel of niet geïndiceerd lijken, om tot voldoende zekerheid in relatie tot onderkende risico's op onrechtmatigheden te komen. De principes van subsidiariteit (inzet van minst ingrijpende middel om een bepaald doel te bereiken) en proportionaliteit (redelijke verhouding tussen het doel en het ingezette middel, en dus tussen de ernst en mate van risico en in te zetten onderzoek) spelen ook een rol in het kiezen van stappen en hoe iedere stap wordt ingevuld. Met het oog op deze principes kan de gemeente indien nodig ook (voor)onderzoeken inzetten binnen de eigen afdelingen (toegang, contractmanagement, financiële afdeling, toezicht, handhaving) om signalen van en/of reeds onderkende risico's op onrechtmatigheden te onderzoeken, voordat de aanbieder gevraagd wordt om actief bij te dragen aan een onderzoek naar rechtmatigheid.
Idem geldt dit voor de juridische kader(s) die daarbij op enig moment in het onderzoeksproces te hanteren zijn. Ieder juridisch kader is geassocieerd met eigen mogelijkheden tot het doen van onderzoek en het opleggen van gevolgen of sancties. Strafrechtelijk onderzoek zal daarbij in belangrijke mate gebaseerd zijn op het Wetboek van Strafrecht, terwijl privaatrechtelijk onderzoek sterk bepaald wordt door het Algemeen Burgerlijk Wetboek en specifieke bepalingen in de Overeenkomst. Bij publiekrechtelijk onderzoek dient met meerdere wetten en bijbehorende regelgeving rekening te worden gehouden. Denk bijvoorbeeld aan de Algemene Wet Bestuursrecht en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Bij jeugdhulp zijn ook de Jeugdwet (2) en bijbehorende regelgeving belangrijk en daarnaast diverse wetten en beroepscodes die kaders voor professionele zorgverleners bieden.
Centrale wet- en regelgeving (Jeugdwet, Regeling Jeugdwet, Besluit Jeugdwet) en lokale regelgeving (Verordening Sociaal domein (3) , eventuele nadere regels, beleidsregels, besluiten en protocollen) bieden belangrijke kaders voor rechtmatigheid binnen de Jeugdwet. Voor de uitvoer van diverse soorten controles zijn binnen de genoemde wettelijke kaders in ieder geval de volgende aandachtspunten van belang:
- De Regeling Jeugdwet definieert formele controle, materiële controle en fraudeonderzoek.
- In de Regeling Jeugdwet staat vermeld dat het college of een door het college aangewezen persoon bevoegd is om bij de declaratie vermelde persoonsgegevens verder te verwerken voor zover dat noodzakelijk is voor materiële controle en/of fraudeonderzoek (4).
- De geheimhoudingsplicht voor aanbieders ten aanzien van het (medisch) dossier uit de WGBO en de bescherming van persoonsgegevens overeenkomstig de AVG vervalt op basis van:
o De beschreven kaders in de Regeling Jeugdwet voor gegevensuitwisseling en gebruik van bijzondere persoonsgegevens. (5)
o De verplichte medewerking door aanbieders aan controles/onderzoeken die in de Regeling Jeugdwet is vastgelegd. (6)
Artikel 8.1.4 Jeugdwet
Verordening Sociaal domein Alphen aan den Rijn
Regeling Jeugdwet, artikel 6a.7, lid 2
Regeling Jeugdwet, § 6b
Regeling Jeugdwet, artikel 6b.1, lid 3
Artikel 2.1
Jeugdwet
Onderdeel van Algemeen controleplan Wmo en Jeugdwet gemeente Alphen aan den Rijn