Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Materiële controle: inzet van specifieke controle-instrumenten

Onderdeel van Algemeen controleplan Wmo en Jeugdwet gemeente Alphen aan den Rijn

Specifieke controle-instrumenten: detailcontrole Detailcontrole behoort volgens de Regeling Jeugdwet ook tot de materiële controle (art. 6b.1 lid 1), maar kan daarbinnen uitsluitend worden ingezet als aan specifieke voorwaarden is voldaan (art. 6b.5 lid 1). De Regeling Jeugdwet schrijft niet voor dat een materiële controle bepaalde en/of uitputtende algemene controle-instrumenten moet bevatten. Het is zinvol om instrumenten in te zetten die kunnen leiden tot het behalen van het controledoel. In het geval dat na afronding van de materiële controle met de inzet van algemene instrumenten onvoldoende zekerheid is verkregen kan de gemeente besluiten een detailonderzoek in te zetten. Dit kan ook als de gemeente een onderbouwde inschatting maakt dat met de inzet van algemene controle-instrumenten het controledoel niet kan worden behaald. De Regeling Jeugdwet voorziet in de inzet van detailcontroles, nadat een specifieke risicoanalyse is uitgevoerd en een specifiek controledoel en specifiek controleplan is opgesteld. (20) Overigens kan een detailonderzoek ook worden ingezet in een fraudeonderzoek, zonder dat daarbij eerst aan deze specifieke voorwaarden voor een detailcontrole (21) is voldaan. Bij het starten van een detailcontrole zal altijd worden gehandeld conform de algemene principes van proportionaliteit, subsidiariteit, en passende terughoudendheid en zorgvuldigheid in het verwerken van bijzondere persoonsgegevens voor zover deze nog niet bij de gemeente bekend zijn. Voorafgaand aan de uitvoer van een detailcontrole wordt de aanbieder geïnformeerd over hoe de gemeente aan de voorwaarden heeft voldaan uit artikel 6b.5 lid 1 onder a. tot en met d. van de Regeling Jeugdwet. (20) Regeling Jeugdwet, artikel 6b.5 (21) Regeling Jeugdwet artikel 6b.1 lid 2

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel