Aanvullend op de begrippen en definities in de verordening en begrippen specifiek voor de nadere regels.
In dit Besluit wordt verstaan onder:
Algemene voorziening: zie artikel 1 en 2 van de verordening.
Algemeen gebruikelijke voorziening: zie artikel 1 en 2 van de verordening.
Budgethouder: de persoon aan wie het college een persoonsgebonden budget heeft toegekend;
Goed bruikleenschap: de voorziening conform de afspraken in de bruikleenovereenkomst hulpmiddelen gebruiken.
Gebruikelijke hulp: gebruikelijke hulp is per definitie hulp waarop geen aanspraak bestaat vanuit de Wmo. Het is de normale dagelijkse zorg die partners of ouders en inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden. Gebruikelijke hulp is ook alleen aan de orde als er een leefeenheid is die een gezamenlijk huishouden voert. Uitwonende kinderen vallen hier dus buiten. Zie Bijlage 2 Gebruikelijke hulp Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
Programma van eisen: technische omschrijving waar een maatwerkvoorziening aan moet voldoen in verband met de persoonlijke en medische kenmerken van de cliënt.
Verordening: Verordening maatschappelijke ondersteuning.
Mantelzorg: Zie artikel 1 van de verordening.
Woonvoorzieningen: zie definitie in artikel 1 van de verordening.
Woningaanpassingen: zie definitie in artikel 1 van de verordening.
Alle begrippen die in dit Besluit worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Gennep en de Algemene wet bestuursrecht.
Hoofdstuk 2 Algemene uitgangspunten
Artikel 1.
Begrippen/ definities
Onderdeel van NADERE REGELS MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2025 e.v.