Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Vervoershulpmiddelen

Onderdeel van NADERE REGELS MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2025 e.v.

Het beoogde resultaat van de verstrekking van een vervoershulpmiddel is om het voor de cliënt mogelijk te maken zich lokaal te verplaatsen buitenshuis. Wij onderscheiden onder andere de volgende vormen van vervoershulpmiddelen: Aangepaste fietsen niet zijnde een Duo-fiets of tandem; Scootmobielen De voorwaarde om een vervoersmiddel te verstrekken is dat iemand: Een permanente mobiliteitsbeperking heeft. De verstrekking van een vervoershulpmiddel geschiedt enkel wanneer de kosten van de passende voorziening de kosten van de algemeen gebruikelijke vervoersvoorziening te boven gaan. Voldoende mobiel is om zonder hulp van buitenaf op en af te kunnen stappen van de scootmobiel om zichzelf in een noodsituatie in veiligheid te kunnen brengen. Verkeersveilig is. Het stallen van vervoersvoorzieningen dient op adequate wijze te geschieden. Van cliënt mag worden verwacht dat hiervoor ruimte wordt gecreëerd, ook als deze ruimte op dat moment voor andere doeleinden wordt gebruikt. Als er sprake is van een doelgroepen gebouw dan heeft de eigenaar van het gebouw de plicht om het gebouw voor de doelgroep toegankelijk te maken. Indien een adequate stallingsmogelijkheid ontbreekt, kan de gemeente een financiële tegemoetkoming voor de realisatie van een eenvoudige stalling of andere voorziening van bouwkundige of woon technische aard verschaffen. De vergoeding bedraagt nooit meer dan de goedkoopst adequate voorziening. Voor alle vervoershulpmiddelen (en rolstoelen geldt dat de gemeente eenmalig eventueel opgelopen schade vergoedt indien de schade niet door schuld of opzet is ontstaan. Eventuele volgende schades zijn voor rekening van de inwoner. Hoofdstuk 3.4 begeleiding

Rechtspraak bij dit artikel