Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 12

Artikel 36

Opheffing.

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdienst Maasland

1. . De regeling kan worden opgeheven met instemming van alle deelnemers minus één. 2. . Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat de raden van de deelnemers gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze bij het college naar voren te brengen. 3. . De opheffing gaat in met ingang van de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de regeling in de in artikel 26, lid 2 van de wet bedoelde registers is doorgehaald, tenzij het besluit een later tijdstip vermeldt. 4. . Bij het besluit tot opheffing van de regeling stelt het Algemeen Bestuur een liquidatieplan vast, dat voorziet in de financiële en andere gevolgen van de opheffing. Hierbij kan zo nodig van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 5. . Het liquidatieplan voorziet zoveel mogelijk in de herplaatsing van het personeel en de financiële gevolgen die de opheffing voor het personeel heeft. 6. . Voordat het algemeen bestuur het liquidatieplan vaststelt, worden de bestuursorganen van de gemeenten daarover gehoord. 7. . Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van het liquidatieplan. De bestuursorganen van het openbaar lichaam blijven zonodig ook na de opheffing in functie tot de liquidatie is voltooid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel