Naar hoofdinhoud

Artikel 17

Verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel

Onderdeel van Leidraad invordering Krimpenerwaard 2025

Artikel 17 van de wet geeft een zelfstandige regeling voor het instellen van verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel. Naast de belastingschuldige kan een ieder tegen wie de dwanginvordering is gericht in verzet komen. Verzet is mogelijk zodra de betekening van het dwangbevel heeft plaatsgevonden. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel, voor zover dit door het verzet wordt bestreden. Ook kan verzet worden gedaan tegen een vordering als bedoeld in artikel 19 van de wet. Er kan geen verzet worden ingesteld tegen de in rekening gebrachte kosten van de aanmaning en de betekeningskosten van het dwangbevel. In aansluiting op artikel 17 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over het aanhouden van de tenuitvoerlegging van een dwangbevel bij verzet en verzet tegen tenuitvoerlegging van dwangbevel bij onjuiste adressering. 17.1 Aanhouden tenuitvoerlegging bij verzet Als de belastingschuldige zich in rechte verzet tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel, houdt de ontvanger de (verdere) tenuitvoerlegging van het dwangbevel aan, tenzij de gronden van het verzet naar het oordeel van de ontvanger kansloos zijn, en de belangen van de Staat zich verzetten tegen schorsing van de tenuitvoerlegging. 17.2 Verzet tegen tenuitvoerlegging van dwangbevel bij onjuiste adressering Als het aanslagbiljet, de aanmaning of het afschrift van het per post betekende dwangbevel aan een onjuist adres is verzonden en daarom de belastingschuldige niet heeft bereikt, is verzet mogelijk.

Rechtspraak bij dit artikel