Artikel 9 van de wet regelt binnen welke betalingstermijnen belastingaanslagen moeten worden betaald.
In aansluiting op artikel 9 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
de afwijking van de betalingstermijn bij voorlopige teruggaven;
de uitbetaling van een voorlopige teruggave in één termijn;
de dagtekening van het aanslagbiljet;
het begrip maand bij betalingstermijnen;
verzuim ontvanger bij uitbetaling;
regeling betalingstermijnen.
9.1 t/m 9.3 (N.v.t.)
9.4 Dagtekening aanslagbiljet
De dagtekening van het aanslagbiljet wordt normaliter bepaald op de dag dat het biljet naar de belastingschuldige wordt verzonden.
9.5 Begrippen bij betalingstermijnen
Als de betalingstermijn van een aanslag is gesteld op een moratorium dan houdt dat in dat als de dagtekening van een aanslagbiljet valt op 31 oktober, de betalingstermijn vervalt op 30 november. Als de dagtekening bijvoorbeeld 15 maart is, dan vervalt de betalingstermijn op 14 april. Als de dagtekening bijvoorbeeld 15 april is, dan verval de betalingstermijn op 15 mei.
9.6 Verzuim ontvanger bij uitbetaling
Op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel e, van de wet wordt onder het begrip ‘invorderen van rijksbelasting’ mede verstaan het betalen van een terug te geven bedrag aan belastingen. Op grond van deze definitie is de betalingstermijn voor een belastingaanslag zoals vastgelegd in de gemeentelijke belastingverordening, of bij ontbreken daarvan in artikel 9, eerste lid, van de wet, ook van toepassing op de uitbetaling van een belastingteruggaaf. Hieruit volgt dat de ontvanger niet in verzuim is met de uitbetaling van een belastingteruggaaf zolang die binnen deze betalingstermijn plaatsvindt.
9.7 Regeling betalingstermijnen
De gemeente heeft voor iedere belastingsoort de betalingstermijn(en) in de belastingverordening geregeld. Is in de belastingverordening niets geregeld, dan zijn de betalingstermijnen uit de wet van toepassing.
In aansluiting op artikel 9, tiende lid, van de wet wordt de Algemene Termijnenwet in beide gevallen niet van toepassing verklaard.
Op elke belastingaanslag wordt (worden) de betalingstermijn(en) aangegeven. Uiterlijk op die datum moet de belastingschuldige de aanslag (of het evenredige deel ervan bij meerdere termijnen) hebben betaald.