In de circulaire economie wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten kringlopen.
Dit zijn de biologische kringloop en de technische kringloop. Voor beide kringlopen is een theoretisch model ontwikkeld. Deze zijn weergegeven in figuur 2.
Figuur 2: Circulaire strategie
De ladder van Moerman (biologische kringloop)
De Ladder van Moerman is een model dat laat zien hoe voedsel/grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk gebruikt kunnen worden. Het voorkomen van verspilling is de meest wenselijke situatie. Volgens die ladder moeten we voedsel in eerste instantie gebruiken als voeding voor mensen. Voedsel dat door de mens niet gegeten wordt kan worden ingezet als veevoer. Voedsel dat dan nog over is kan worden ingezet voor grondstoffen in de industrie ter vervanging van fossiele grondstoffen (bijvoorbeeld voor chemicaliën en materialen).
Ook het halen van eiwitten uit voedselresten is een mogelijkheid. Voedsel dat dan overblijft zal nog vergist kunnen worden of anders gecomposteerd. De minst circulaire toepassing is voedselafval inzetten als brandstof. De ladder van Moerman is weergegeven in figuur 3.
Figuur 3. Ladder van Moerman
De R-ladder (technische kringloop)
Voor een circulaire economie wil je de waarde van grondstoffen zoveel mogelijk behouden tijdens de gehele levensloop van een product, dus van ontwerp tot afdanking. De circulaire verwerkingsladder (R-ladder) geeft weer welke strategie de voorkeur heeft. Onderstaand model in figuur 4 toont tien strategieën van lage impact tot aan hoge impact.
Figuur 4. R-ladder
Door hoger op de R-ladder in te zetten (bij bijvoorbeeld aanbestedingen, plannen van aanpak en uitvoeringsprogramma’s), voorkom je dat producten afgeschreven worden en voorkom je afval. Als er toch nog afval ontstaat helpt scheiding en recycling.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.3
Circulaire strategie
Onderdeel van Zeeland Circulair - Beleid Circulaire Economie 2025-2028 Dertien Zeeuwse gemeenten