Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.3

Nederlandse afspraken

Onderdeel van Zeeland Circulair - Beleid Circulaire Economie 2025-2028 Dertien Zeeuwse gemeenten

In het Rijksbrede Programma Nederland Circulair in 2050 benoemt het kabinet de ambitie om toe te werken naar een circulaire economie in 2050, en halverwege te zijn in 2030. Dit laatste is vertaald in de richtinggevende doelstelling van 50 procent minder gebruik van primaire abiotische grondstoffen (mineralen, metalen en fossiele grondstoffen) Het Rijk stelt dat onder een circulaire economie wordt verstaan een samenleving waarin zoveel mogelijk duurzame hernieuwbare grondstoffen worden gebruikt, producten en grondstoffen worden hergebruikt en er nauwelijks afval bestaat. Er ligt een grote kans om via een slim grondstoffengebruik bij te dragen aan de klimaat- en biodiversiteitsopgave, het creëren van een schoon milieu, een veilige en schone leefomgeving en aan de leveringszekerheid van grondstoffen. De effecten van klimaatverandering worden nog extremer en zetten ook door bij het terugdringen van broeikasgassen. Een circulaire economie draagt direct bij aan de vermindering van CO2-uitstoot en zou daarin integraal moeten worden meegenomen. Daarnaast wordt met dit beleid en uitvoeringsprogramma voorgesorteerd op de invoering van een Circulaire Economie-wet, zoals vermeld in het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE). Deze wet zal onder andere toezien op het zo lang mogelijk behouden van materialen in de keten. De wettelijke Milieu Prestatie van Gebouwen (MPG) norm voor woningen is 0,8. De eis voor nieuwe kantoren is op dit moment 1,0. De MPG wordt gezien als een cruciale maatstaf in het bepalen van de duurzaamheid van gebouwen in Nederland (uitgedrukt in milieudruk per m2 vloeroppervlak). Het is op dit moment de belangrijkste wettelijke duurzaamheidseis voor het bevorderen van circulair bouwen. Grondstoffenakkoord 2017 Het Grondstoffenakkoord bevat afspraken van de Rijksoverheid met andere partijen over maatregelen om de transitie naar de circulaire economie te versnellen. Dit is een intentieovereenkomst om te komen tot transitieagenda’s voor de Circulaire Economie. Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) 2023 Begin 2023 heeft het Rijk ambities en maatregelen gepresenteerd via het NPCE. Omdat tot op heden het circulaire economiebeleid vooral gericht is op vrijwilligheid en vrijblijvendheid is, om meer richting te geven en drang te vergroten, ingezet op beprijzende, stimulerende en normerende maatregelen via de zogenaamde vier ‘knoppen’: 1. Vermindering van grondstoffengebruik 2. Substitutie van grondstoffen (meer secundaire en duurzame (bio)grondstoffen) 3. Levensduurverlenging 4. Hoogwaardige verwerking Er zijn doelen geformuleerd en is beleid ontwikkeld voor de productketens met de meest negatieve (milieu)impact: Consumptiegoederen, Kunststoffen, Bouw en de Maakindustrie. De activiteiten binnen de keten Biomassa en Voedsel vallen binnen de transitie naar kringlooplandbouw. Kringlooplandbouw (ook wel circulaire landbouw) is een containerbegrip voor allerlei vormen van landbouw. Het draait allemaal om het idee van een gesloten kringloop van grondstoffen, nutriënten en energie. In het NPCE wordt aangegeven dat voor diverse ketens gebruik gemaakt wordt van het instrument Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV) om ervoor te zorgen dat meer grondstoffen in de keten blijven voor recycling en niet worden verbrand of als zwerfvuil in het milieu komen. Een UPV maakt producenten verantwoordelijk voor (de kosten van) het inzamelen en recyclen van gebruikte producten en kunnen ook minimumdoelstellingen voor bijvoorbeeld inzameling, recycling en/of hergebruik worden opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel