**1.** Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen hoofdzakelijk ten behoeve van recreatief nachtverblijf].
vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een jaar.
vaste jaarplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan, met de bedoeling meerdere jaren ter plaatse te blijven;
vaste seizoenplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een periode van tenminste drie maanden en ten hoogste acht maanden plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan;
woning: een huis, een naar aard en inrichting vergelijkbare ander onderkomen of een deel van een huis of een vergelijkbaar onderkomen.
particulier: een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot verblijf.
particulier verhuurde woning: een woning die door een particulier ter beschikking wordt gesteld voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke vorm dan ook.
**2.** Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:
een woning die niet volgtijdig aan wisselende gebruikers wordt verhuurd, bepaald op het aantal slaapplaatsen;
een kampeermiddel op een vaste standplaats bepaald op:2,0 personen indien het aantal slaapplaatsen drie of minder bedraagt;2,4 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan drie bedraagt.
**3.** Het aantal malen dat wordt overnacht wordt met betrekking tot:
de woning bedoeld onder lid 2 sub a, bepaald op 82;
het kampeermiddel bedoeld onder lid 2, sub b, indien sprake is van overnachtingen op een vaste jaarplaats bepaald op 82;
het kampeermiddel bedoeld onder lid 1, sub b, indien sprake is van overnachtingen op een vaste seizoenplaats bepaald op 72.
**4.** Het aantal kampeermiddelen als bedoeld in het tweede lid onder b wordt vastgesteld op het aantal dat is vermeld in de aangifte dan wel indien dit afwijkt het aantal dat blijkt uit de verhuuradministratie.
Artikel 5
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening toeristenbelasting 2011