Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Intrekkingsgronden

Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen (hoofdstuk 5 APV De Fryske Marren)

Een vergunning kan worden ingetrokken: Wanneer de vergunningvoorschriften niet worden nageleefd; Bij overlijden van de vergunninghouder; Wanneer niet langer wordt voldaan aan de door de vergunninghouder geldende wettelijke eisen; Wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn/haar geldelijke verplichtingen (onder welke naam dan ook verschuldigd) voldoet; Indien de vergunninghouder zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; Wanneer het verkeersbelang (verkeerssituatie, verkeersveiligheid, parkeerdruk etc.) daartoe aanleiding geeft; Indien het uiterlijk aanzien van de gemeente in het geding komt. Indien er langere tijd (6 weken) geen gebruik gemaakt wordt van de vergunning. Hiervan is geen sprake als er een legitieme melding van afwezigheid is.

Rechtspraak bij dit artikel