**1..** Periodiek wordt de noodzakelijke omvang van de voorziening voor oninbare openstaande vorderingen bepaald. Dit gebeurt in ieder geval bij het opstellen van de jaarrekening.
**2..** De noodzakelijke omvang wordt vastgesteld door afhankelijk van de ouderdom van de openstaande posten een bepaald percentage als oninbaar te beschouwen. Hierbij wordt bij de openstaande posten van:
openbare lichamen van 0,00% uitgegaan;
niet-openbare lichamen van de onderstaande percentages uitgegaan:
Ouderdom
Geschat percentage oninbaar
Vordering jaar t
0%
Vordering jaar t-1
75%
Vordering jaar t-2
100%
Bij het berekenen van het oninbare bedrag voor niet-openbare lichamen wordt naar het totaal van de openstaande posten met een bepaalde ouderdom gekeken.
**3..** In afwijking van het bepaalde in lid 2 worden openstaande posten ouder dan 6 maanden individueel beoordeeld als zij groter zijn dan € 100.000.
**4..** Het in dit artikel bepaalde is behalve lid 1 niet van toepassing op de specifieke voorziening voor debiteuren van de sociale zekerheidsregelingen. Voor deze groep debiteuren zullen nadere aanvullende regels voor het bepalen van de omvang van de voorziening oninbare openstaande vorderingen opgesteld worden.