agrarisch bedrijf: een bedrijf dat is gericht op het voorbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren;
bestaand stedelijk gebied: de als Bestaand stedelijk gebied aangeduide locaties op de kaart “Bestaand stedelijk gebied” zoals is vastgesteld door provinciale staten als bijlage bij de Provinciale omgevingsverordening;
bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de functie van het gebouw of het terrein noodzakelijk is;
bijgebouw: een gebouw, dat in bouwkundig opzicht qua massa en vorm ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en ten dienste staat van de functie van het hoofdgebouw, vrijstaand dan wel aangebouwd;
bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge het Omgevingsplan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
gebruiksoppervlakte (GO): de vloeroppervlakte van een ruimte of van een groep van ruimten, gemeten op vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen;
hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel in bouwkundig opzicht qua massa en vorm, dan wel gelet op de functie als belangrijkste gebouw valt aan te merken;
huishouden: een persoon of groep personen die een huishouden voert waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen;
landelijk gebied: de als Landelijk gebied aangeduide locaties op de kaart “Landelijk gebied” zoals is vastgesteld door provinciale staten als bijlage bij de Provinciale omgevingsverordening;
landschappelijke kwaliteit: de cultuurhistorische en de visuele waarden van het landschap, onder meer beoordeeld aan de hand van het Landschapsbeleidsplan van Midden-Drenthe van februari 2000;
recreatiewoning: een permanent aanwezig gebouw, geen woonkeet, (sta)chalet, stacaravan, tenthuisje, trekkershut en geen caravan of ander bouwsel of wielen zijnde, bestemd om uitsluitend door een huishouden of een daarmee gelijkte stellen groep van personen, dat of die het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar recreatief te worden bewoond;
woning: een complex van ruimten met een zelfstandige toegang, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, zonder dat het huishouden voor de algemene dagelijkse levensbehoeften daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten dat complex;
woningsplitsing: het toevoegen van een woning binnen een bestaand hoofdgebouw waarbinnen het gebruik van ruimten als woning is toegestaan, niet zijnde een recreatiewoning of een bedrijfswoning.
Artikel 1
Begrippen
Onderdeel van Beleidsregels kaders woningsplitsing en tijdelijke bewoning van bijgebouwen bij hoofdgebouwen