[Jeugdwet, Wmo]
Om de hoogte van het pgb voor een dienst vast te stellen, wordt onderscheid gemaakt tussen professionele en niet-professionele hulp.
U kunt het pgb besteden aan professionele hulp. Dat is hulp door een hulpverlener die:
in dienst is van een zorgaanbieder die staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (volgens de eisen van de Handelsregisterwet 2007); of die
als medisch professional staat ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG); of die
als zelfstandige zonder personeel (zzp’er) beroepsmatig hulpverleent.
U kunt het pgb besteden aan hulp door een niet-professionele hulpverlener, wanneer die hulpverlener:
aannemelijk heeft gemaakt dat de hulp niet tot overbelasting leidt en dat hij kwalitatief goede hulp kan bieden;
een opleiding heeft afgerond die nodig is om de betreffende hulp te kunnen verlenen; en
een Verklaring omtrent gedrag natuurlijke personen (VOG - specifiek screeningsprofiel 45) kan overleggen. De verklaring mag niet ouder zijn dan 3 maanden voor de datum van de aanvraag.
Een pgb voor ondersteuning vanuit het sociale netwerk verstrekken wij alleen wanneer:
de ondersteuning de gebruikelijke hulp overstijgt;
de ondersteuning structureel van een behoorlijke omvang is;
de geboden ondersteuning passend, adequaat en veilig is;
de persoon uit het sociale netwerk die de ondersteuning gaat verlenen, zich voldoende op de hoogte heeft gesteld van de verantwoordelijkheden die aan het bieden van de ondersteuning verbonden zijn,
er bij de persoon uit het sociale netwerk die de hulp gaat bieden geen sprake is van overbelasting of dreiging daarvan; Indien overbelasting dreigt, dan vragen wij eventueel een medisch advies aan. Wij kunnen (tijdelijk) ondersteuning inzetten om overbelasting te voorkomen.
de persoon uit het sociaal netwerk op basis van opleiding en/of ervaring in staat moet zijn de vereiste dienstverlening te realiseren;
de persoon uit het sociaal netwerk beschikt over een actuele Verklaring omtrent het gedrag, tenzij de persoon een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad is;
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.3
Artikel 6.3.2
Professionele of niet-professionele hulp
Onderdeel van Integrale verordening sociaal domein gemeente Eijsden-Margraten 2025/1