Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3. › PARAGRAAF 3.

Artikel 15.

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de voorbereidende bijeenkomst en de meningsvormende vergadering gemeente Eindhoven 2024

1.. Burgers hebben spreekrecht. Een burger kan het woord voeren in de vergadering over diens zienswijze ten aanzien van een geagendeerd onderwerp. 2.. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit driemaal vierentwintig uur voor aanvang van de vergadering aan de griffie. Diegene vermeldt daarbij diens naam, telefoonnummer en het agendapunt, waarover diegene het woord wil voeren en namens welke organisatie diegene spreekt. 3.. Op verzoeken om het woord te mogen voeren, die zijn ingediend na het in het eerste lid bedoelde tijdstip beslist de meningsvormende vergadering op voorstel van de voorzitter. 4.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. 5.. De inspreker voert maximaal vijf minuten het woord, nadat de voorzitter hen dit heeft verleend. De spreektijd wordt één maal toegekend: ongeacht het aantal personen en/of instellingen dat een inspreker vertegenwoordigt; aan een burger, instelling, vereniging en/of stichting ongeacht het aantal personen dat deze spreektijd gebruikt. 6.. De meningsvormende vergadering kan op voorstel van de voorzitter de inspreker een andere spreektijd toekennen. 7.. De voorzitter kan de inspreker het woord ontnemen indien naar diens oordeel het betoog geen of onvoldoende betrekking heeft op het aan de orde zijnde onderwerp. 8.. Nadat de inspreker aan het woord is geweest, wordt de meningsvormende vergadering in de gelegenheid gesteld om technische vragen te stellen aan de inspreker. De inspreker krijgt de gelegenheid om de vragen te beantwoorden. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.

Rechtspraak bij dit artikel