Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 15.

Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, WIJ, IOAW en IOAZ

1.. Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 17 WWB, artikel 41 WIJ, artikel 13 IOAW of artikel 13 IOAZ heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand, wordt de verlaging afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag. 2.. Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de verlaging op de volgende wijze vastgesteld: bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,-: 10% van de bijstandsnorm, inkomensvoorziening of grondslaggedurende een maand; bij een benadelingsbedrag van € 1.000,- tot € 2.000,-: 20% van de bijstandsnorm, inkomensvoorziening of grondslag gedurende een maand; bij een benadelingsbedrag van € 2.000,- tot € 4.000,-: 40% van de bijstandsnorm, inkomensvoorziening of grondslag gedurende een maand; bij een benadelingsbedrag van € 4.000,- of meer: 100% van de bijstandsnorm, inkomensvoorziening of grondslag gedurende een maand. 3.. Indien de uitkering beëindigd is, wordt de verlaging met terugwerkende kracht opgelegd. 4.. Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 17 WWB, artikel 44 WIJ, artikel 13 IOAW of artikel 13 IOAZ niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand wordt, onverminderd artikel 2, tweede lid, een verlaging opgelegd van vijf procent van de bijstandsnorm, inkomensvoorziening of grondslag gedurende een maand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel