Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de wet, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, WWB, artikel 41, eerste lid, WIJ, artikel 20, tweede lid, IOAW, artikel 20, tweede lid, IOAZ wordt, onverminderd artikel 2, tweede lid, een verlaging opgelegd van tenminste twintig procent van de bijstandsnorm, inkomensvoorziening of grondslag gedurende een maand.
Hoofdstuk 4.
Artikel 17.
Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, WIJ, IOAW en IOAZ