Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 2.

Het opleggen van een verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, WIJ, IOAW en IOAZ

1.. Als de belanghebbende naar het oordeel van het college tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan dan wel de uit de artikelen 9 en 17 WWB, 44 en 45 WIJ, 13 en 37 IOAW en 13 en 37 IOAZ of de artikelen 28, tweede lid, of artikel 29, eerste lid, Wet Suwi voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het zich jegens het college zeer ernstig misdragen, wordt overeenkomstig deze verordening een verlaging opgelegd. 2.. Een verlaging wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel