Naar hoofdinhoud
Regel Als vooraf vaststaat dat een leerling gedurende een korte periode (niet meer dan zes weken) in een andere gemeente (B) verblijft en zijn oude school blijft bezoeken, dan merkt het college dit verblijf aan als verblijf in de oorspronkelijke gemeente (A). Deze gemeente (A) zal dan ook het vervoer gedurende deze weken blijven verzorgen. Hierbij gaat het college er van uit dat het kind naar zijn eigen school blijft gaan. Is de afstand van het tijdelijk verblijf van de leerling naar school kleiner dan de kilometergrens die gemeente A hanteert, dan zal uiteraard (tijdelijk) geen aanspraak op bekostiging van vervoerkosten bestaan. Een andere gemeente (buiten de regio) hoeft dit beleid niet te hanteren. In dat geval bepaalt het college van de gemeente waar de leerling feitelijk (kortdurend) verblijft of zij het leerlingenvervoer van de leerling wel of niet vergoedt.

Rechtspraak bij dit artikel