Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 5

Uitvoeren samenwerkingsvorm

Onderdeel van Verordening samenwerking, participatie en inspraak gemeente Utrecht

1.. Als een bestuursorgaan voor een of meer samenwerkingsvormen heeft gekozen, legt het bestuursorgaan in een samenwerkingsplan, waarbij waar mogelijk relevante stakeholders, zoals bijvoorbeeld bekende sleutelfiguren en bewonersgroepen en voor zover zij het willen buurt of wijkplatforms, zijn betrokken, voor iedereen inzichtelijk vast: welke vraag of kwestie aan Utrechters wordt voorgelegd; welke Utrechters daarin een rol hebben; hoe het kompas voor zeggenschap uit de Beleidsnota Samen stad maken is doorlopen voor de eerstvolgende fase, vraag of kwestie; wat de eerstvolgende stappen zijn om invulling te geven aan de samenwerkingsvorm; hoe de leidende principes voor houding en gedrag uit de Beleidsnota samen stad maken worden toegepast in de eerstvolgende stappen. 2.. Na toepassing van de samenwerkingsvorm of de samenwerkingsvormen, legt het bestuursorgaan in een samenwerkingsverslag voor iedereen inzichtelijk vast: welke belangrijke inzichten zijn opgedaan uit de samenwerking met Utrechters; door wie deze inzichten zijn ingebracht; hoe deze inzichten zijn gewogen; wat deze inzichten hebben veranderd aan de gemeentelijke opgave; wat er geleerd kan worden van de toepassing van de samenwerkingsvorm of samenwerkingsvormen. 3.. Als de gemeenteraad het bevoegde bestuursorgaan is, draagt het college zorg voor het opstellen van het samenwerkingsplan en samenwerkingsverslag als bedoeld in het eerste en tweede lid en voegt dit bij het raadsvoorstel.

Rechtspraak bij dit artikel