Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Reis- en verblijfskosten raads- en commissieleden

Onderdeel van Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Culemborg 2025

1.. Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 en 3..4.3 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of commissielid vergoed: Voor het reizen van en naar het gemeentehuis ten behoeve van het bijwonen van de raadsvergaderingen en commissievergaderingen, wordt voor raadsleden maandelijks een vaste vergoeding woon-werkverkeer verstrekt van het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer . Uitgaande van een gemiddeld bezoek aan het gemeentehuis van 1 dag per week, wordt de hoogte van de vergoeding voor raadsleden als volgt berekend: (1/5 x 214) 42,8 dagen x …. aantal kilometers x het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer = €……. netto vergoeding op jaarbasis. Voor de vaste vergoeding per maand wordt de uitkomst gedeeld door 12. Voor commissieleden wordt voor het reizen van en naar het gemeentehuis ten behoeve van het bijwonen van de commissievergaderingen een vaste vergoeding woon-werkverkeer verstrekt van het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer per bijgewoonde commissievergadering. Voor andere reizen worden vergoed de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; bij gebruik van een eigen vervoermiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt. Bij gebruik van eigen vervoermiddel worden aan een raadslid of commissielid de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed; 2.. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 3.. Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld. 4.. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed. 5.. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel