Voorwaarden
Aan een belanghebbende die een eigen woning bezit, die tevens door hem wordt bewoond en waarvan de hoogte van de woonkosten gelet op artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag geen belemmering vormt voor toekenning van de huurtoeslag wordt een woonkostentoeslag verstrekt.
De woonkostentoeslag is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die de belanghebbende gelet op zijn leefomstandigheden en financiële situatie op grond van de Wet op de huurtoeslag voor woonkosten per maand zou ontvangen.
Indien de woonkosten van de koopwoning het bedrag genoemd in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag te boven gaan is verlening van bijzondere bijstand mogelijk, voor zover door een wijziging in inkomsten of een gewijzigde situatie wat betreft inwoning de woonkosten niet zelf meer volledig kunnen worden voldaan.
De woonkostentoeslag wordt verstrekt voor een periode van maximaal één jaar. Deze periode kan met maximaal 12 maanden worden verlengd - indien en voor zover - bijzondere individuele omstandigheden daartoe noodzaken.
Aan de woonkostentoeslag wordt met toepassing van artikel 55 WWB , de voorwaarde verbonden dat de belanghebbende naar vermogen tracht goedkopere woonruimte te vinden (verhuisplicht), waarvan de huur in overeenstemming is met zijn inkomen. Van zijn inspanningen dient belanghebbende bewijsstukken te overleggen.
De woonkostentoeslag zoals bedoeld in lid 2 wordt op dezelfde wijze als de huurtoeslag berekend. Dit betekent dat voor het gedeelte van de huur boven de huurgrens geen woonkostentoeslag wordt verstrekt.
De voorlopige teruggaaf vanwege hypotheekrente-aftrek dient te worden meegenomen in de berekening voor de woonkostentoeslag.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.1.
Artikel 4.1.2
Woonkostentoeslag bij een koopwoning
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Zwartewaterland