In 2.11 van deze beleidsregels staat dat als hulp-op-maat een positief effect heeft op de gezondheid is voor de Wmo 2015 in beginsel niet relevant (CRVB:2020:2644). Het is echter wel zo dat de gemeente bij de vraag welke maatwerkvoorziening een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid of participatie rekening moet houden met: de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt (art. 2.3.2 lid 1 onder a Wmo 2015). De hulp-op-maat moet immers zijn afgestemd op de individuele omstandigheden en mogelijkheden van de aanvrager (art. 2.3.5 lid 3 Wmo 2015). Daaronder valt bijvoorbeeld de wens voor een driewielfiets (al dan niet met hulpmotor) in plaats van een scootmobiel. Als uitgangspunt geldt wel de goedkoopst passende bijdrage (art. 2.2.5 lid 3 Verordening). Opgemerkt wordt dat het oplossen van het mobiliteitsprobleem voor woon-werkverkeer buiten de reikwijdte van de Wmo 2015 valt.
Hoofdstuk 11 › Paragraaf 11.8
Artikel 11.8.1
Individuele omstandigheden en mogelijkheden
Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning gemeente Urk 2025