In dit onderdeel staat een aantal aandachtspunten die van belang zijn bij de beoordeling van een aanvraag om maatwerkvoorziening van een cliënt die in een Wlz-instelling woont (al dan niet in deeltijd).
Outillagemiddelen Wlz -instelling
Er worden op grond van de Wmo geen outillagemiddelen verstrekt aan een client die in een Wlz-instelling verblijft. Voor de uitleg van het begrip outillage kan worden aangesloten bij het algemene spraakgebruik. Het gaat om datgene waarmee een Wlz-instelling is uitgerust ter operationalisatie van zijn doelstelling. De inrichting van een instelling moet zijn uitgerust met die standaardvoorzieningen die nodig zijn om de doelgroep waarop de instelling zich richt adequaat te kunnen verzorgen. Daarbij is van belang of de gevraagde voorziening door meerdere mensen, eventueel na elkaar en met een geringe individuele aanpassing, te gebruiken is of dat sprake is van een op het individu toegesneden voorziening, die alleen na een kostbare aanpassing door verschillende personen na elkaar te gebruiken is (CRVB:2013:CA0312 Wmo).
Mobiliteitshulpmiddelen
Sinds 1 januari 2020 is het Zorgkantoor verantwoordelijk voor mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel en een scootmobiel) voor individueel gebruik voor verzekerden met een Wlz-indicatie die in een Wlz-instelling verblijven. Voor hen worden deze voorzieningen verstrekt vanuit de Wlz en niet meer vanuit de Wmo. Per die datum is ook art. 2.3 Regeling langdurige zorg gewijzigd waarmee het recht van verzekerden op het individueel gebruik van een mobiliteitshulpmiddel is verruimd. In dat artikel is een limitatieve opsomming van mobiliteitshulpmiddelen opgenomen. De Minister van VWS heeft wel afspraken gemaakt met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Zorgverzekeraars Nederland dat gemeenten verantwoordelijk blijven voor onderhoud, aanpassing en reparatie van het vóór 1 januari 2020 verstrekte mobiliteitshulpmiddel tot aan het moment dat het hulpmiddel vervangen moet worden.
Sociaal Vervoer
Cliënten die in een Wlz-instelling wonen kunnen sociaal vervoer nodig hebben. Caritas draagt zorg voor sociaal vervoer door vrijwilligers en rolstoelvervoer. Bedenk dat deze bewoners mogelijk aanspraak kunnen maken op een mobiliteitshulpmiddel voor individueel gebruik op grond van de Wlz (zie bovenstaande alinea mobiliteitshulpmiddelen).
Deeltijdverblijf Wlz
Deeltijdverblijf is een combinatie van thuis wonen en in een Wlz-instelling wonen. Met ingang van 1 januari 2020 is het eenvoudiger om deels thuis te wonen en daar Wlz-zorg te ontvangen en deels in een Wlz-instelling te wonen. Deeltijdverblijf maakt het mogelijk om langer thuis te blijven wonen en/of te wennen aan verblijf in een instelling. In de regelgeving is er niets geregeld bij deeltijdverblijf voor wat betreft hulpmiddelen. Het is de bedoeling om per categorie hulpmiddelen afspraken te maken over een verdeling van verantwoordelijkheden (www.regelhulp.nl).
Bezoekbaar maken woning
Onder het bezoekbaar maken van een woning wordt verstaan: het bereikbaar maken van de woning, de woonkamer en het toilet. Cliënten met een Wlz-indicatie die in een Wlz-instelling wonen kunnen een maatwerkvoorziening aanvragen voor het bezoekbaar maken van de woning zodat de cliënt op bezoek kan komen bij partner of kinderen. Bedenk ook dat de partner of kinderen ook bij de cliënt op bezoek kunnen gaan. Als uitgangspunt geldt dat de woning niet logeerbaar gemaakt hoeft te worden.
Logeerbaar houden woning (bestuursafspraken)
Het gaat hier om de vraag of de gemeente een toekenningsbesluit voor bijvoorbeeld een tillift, toiletstoel of traplift, kan intrekken (art. 2.3.10 lid 1 onder b Wmo 2015). Er gelden landelijke afspraken voor cliënten die in een Wlz-instelling gaan wonen en die minimaal 18 dagen per jaar thuis logeren. De eerder verstrekte hulpmiddelen kunnen thuis achterblijven. Het gaat hierbij om hulpmiddelen die redelijkerwijs niet vanuit de Wlz-instelling zijn mee te nemen. Het gaat om hulpmiddelen uit de Wmo 2015 en de Zvw. De hulpmiddelen uit de Wmo 2015 die mogelijk in aanmerking komen om thuis te blijven staan zijn vooral tilliften en douchezitjes/stoelen. De afspraken zijn:
De uitvoering van deze afspraken zal plaatsvinden met zo weinig mogelijk administratieve lasten voor betrokkenen, in het bijzonder de hulpmiddelengebruiker en hun naasten.
De hulpmiddelen blijven thuis staan als de cliënt de intentie heeft minimaal 18 dagen per jaar thuis te logeren.
Voor de hulpmiddelen geldt het volgende:
Het gaat uitsluitend om hulpmiddelen die op basis van de Wmo 2015 thuis al eerder zijn verstrekt (natura of pgb) op het moment van de verhuizing en niet redelijkerwijs vanuit de Wlz-instelling zijn mee te nemen in geval van thuis logeren. Het al dan niet kunnen meenemen van een hulpmiddel beoordeelt de Wlz-instelling in overleg met de cliënt (vertegenwoordiger), waarbij de woonsituatie thuis wordt meegewogen.
Een traplift valt ook onder de afspraken, als dit hulpmiddel nodig is om thuis te logeren.
Mobiliteitshulpmiddelen (zoals rolstoelen en aangepaste fietsen) worden niet op twee plekken verstrekt en vallen daarmee niet onder deze landelijke afspraken. Mogelijk vallen deze hulpmiddelen onder het verhuisconvenant dat is gesloten.
Onderhoud, reparatie en het vervangen van de verstrekte hulpmiddelen thuis op een later moment door hulpmiddelen met dezelfde functionaliteiten vallen onder deze afspraken.
Zolang de Wmo 2015 of de Wlz niet wijzigt, houdt de gemeente zich aan deze landelijke afspraken.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.15
Artikel 2.15.2
Verblijf in een Wlz-instelling
Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning gemeente Urk 2025