Artikel 2.3.8 lid 3 Wmo 2015 regelt de medewerkingsplicht die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de wet. Onder het niet verlenen van medewerking wordt in ieder geval verstaan:
Het niet meewerken aan een onderzoek, al dan niet door een deskundige, door niet te verschijnen of relevante vragen niet te beantwoorden. Denk ook aan een onderzoek door een ergotherapeut. De medewerkingsplicht geldt ook voor de huisgenoot ingeval van een onderzoek over het kunnen bieden van gebruikelijke hulp.
Als de vertegenwoordiger stelt dat de gemeente de cliënt niet hoeft te zien en/of te spreken voor het onderzoek.
Gebruikmaking van het blokkeringsrecht als bedoeld in artikel 7:464 lid 2 BW.
Het niet overleggen van het indicatiebesluit op grond van de Wlz als dat noodzakelijk is voor de beoordeling van de ondersteuningsbehoefte (RBLIM:2021:4243).
Gevolgen
Niet of onvoldoende medewerking verlenen kan leiden tot weigering aanvraag als daardoor de noodzaak tot ondersteuning niet kan worden vastgesteld (CRVB:2021:1739, CRVB:2020:567, CRVB:2019:224). De gevolgen van het niet verstrekken van relevante inlichtingen kan leiden tot een herziening of intrekking van het toekenningsbesluit onder toepassing van artikel 2.3.10 Wmo 2015. En mogelijk ook tot een terugvordering. Zie verder Hoofdstuk 16 van deze beleidsregels.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.9
Artikel 2.9.1
Medewerkingsplicht
Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning gemeente Urk 2025