De eigen kracht vormt een belangrijk onderdeel van de beoordeling of de cliënt is aangewezen op hulp-op-maat. Daaronder wordt dat verstaan wat volgens de gemeente binnen het vermogen van de cliënt ligt om zelf tot verbetering van zijn zelfredzaamheid en/of participatie te komen. De cliënt zal zich, in een door de gemeente te beoordelen mate, moeten inspannen om dat aan te wenden wat binnen zijn eigen bereik ligt om zelf in zijn behoefte op het gebied van maatschappelijke ondersteuning te voorzien. Dat is wat de wetgever voor ogen heeft gehad. Zo zou iemand bijvoorbeeld maatschappelijk nuttige activiteiten kunnen verrichten om zijn participatieprobleem aan te pakken. Onder eigen kracht kan ook letterlijk de eigen kracht worden verstaan. Denk bijvoorbeeld aan het in staat zijn om bepaalde huishoudelijke taken (deels) zelf uit te voeren. Daarbij zal de gemeente bijvoorbeeld rekening kunnen houden met een (rustiger) tempo waarbinnen dat gebeurt maar ook met redelijkerwijs in acht te nemen leefregels waardoor de huishoudelijke taken verspreid over de week kunnen worden uitgevoerd.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.2
Eigen kracht
Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning gemeente Urk 2025