**1..** Degene die voor 1 januari 1987 in het genot was van wachtgeld
als bedoeld in de toen geldende wachtgeldregeling, waarvan de
duur, nadat toepassing is gegeven aan artikel 10:25, tweede lid,
verstrijkt in de periode van 1 augustus 1991 tot en met 31
december 1995, heeft recht op een overgangsuitkering.
**2..** De duur van de overgangsuitkering is twaalf maanden, met dien
verstande dat de uitkering uiterlijk 1 januari 1996 eindigt. De
overgangsuitkering gaat in direct na het verstrijken van het
wachtgeld als bedoeld in het eerste lid en wordt in maandelijkse
termijnen betaald.
**3..** De hoogte van de overgangsuitkering is over een maand gelijk aan
het minimumloon, met dien verstande dat dit bedrag nooit meer
kan bedragen dan 70% van de bezoldiging.
**4..** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder minimumloon
verstaan het maandbedrag van het minimumloon bedoeld in artikel
8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en
minimumvakantiebijslag.
**5..** De overige artikelen van dit hoofdstuk zijn voor zoveel mogelijk
van overeenkomstige toepassing.