**1..** De betrokkene, die aansluitend aan zijn arbeidsurenverlies
als betrokkene buiten Nederland woont en in verband met
artikel 71, eerste lid, onderdeel a ii, EG-verordening
1408/71 geen recht op een WW-uitkering heeft, heeft recht op
een aanvullende uitkering voorzover de omstandigheid dat hij
geen recht op WW-uitkering heeft, uitsluitend wordt
veroorzaakt doordat hij buiten Nederland woont.
**2..** De uitkering op grond van dit artikel:
eindigt niet door de omstandigheid dat de betrokkene
wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid niet
beschikbaar is om arbeid te aanvaarden, indien hij
geen recht heeft op een uitkering als bedoeld in
artikel 19, eerste lid, onderdeel a, b, of n, WW
vanwege het enkele feit dat zijn verzekering op
grond van de daar genoemde wetten is geëindigd;
is, indien de betrokkene alsnog of wederom recht
krijgt op een WW-uitkering, niet van invloed op het
recht op bovenwettelijke uitkering dat voor de
betrokkene verbonden is aan dat recht op een
WW-uitkering.
**3..** De uitkering waarop de betrokkene op grond van dit artikel
lid recht heeft, is in hoogte en duur gelijk aan de
WW-uitkering en de aanvullende uitkering waarop de
betrokkene recht zou hebben gehad indien hij in Nederland
zou hebben gewoond.
**4..** Indien de betrokkene aantoont dat hij recht heeft op een
uitkering wegens ziekte, zwangerschap, bevalling, adoptie of
pleegzorg naar het recht van zijn woonland, wordt die
uitkering voor de toepassing van het derde lid gelijkgesteld
met de overeenkomstige uitkering op grond van de ZW of de
Wet arbeid en zorg. Deze gelijkstelling vindt plaats voor
ten hoogste de maximale duur van de overeenkomstige
uitkering op grond van de ZW of de Wet arbeid en zorg.
Zolang deze gelijkstelling duurt is de uitkering gelijk aan
de uitkering op grond van de ZW of de Wet arbeid en zorg en
de aanvullende uitkering waarop de betrokkene recht zou
hebben gehad indien hij in Nederland had gewoond.
**5..** Indien de betrokkene een uitkering wegens werkloosheid,
ziekte, zwangerschap, bevalling, adoptie, pleegzorg of
arbeidsongeschiktheid naar het recht van zijn woonland
ontvangt, wordt deze geheel in mindering gebracht op de
uitkering op grond van dit artikel over dezelfde
periode.
**6..** Zolang en voorzover de betrokkene tegelijk recht heeft op
een uitkering op grond van dit artikel en een WW-uitkering,
een ZW-uitkering, een uitkering op grond van de Wet arbeid
en zorg, een bovenwettelijke uitkering of een uitkering die
daar naar aard en strekking mee overeenkomt, niet zijnde een
uitkering naar het recht van zijn woonland, heeft de
uitkering op grond van dit artikel het karakter van een
aanvulling tot de hoogte die de uitkering op grond van dit
artikel zonder de samenloop zou hebben. Hierbij wordt de
wettelijke uitkering geacht onverminderd te zijn ontvangen
indien deze op grond van enige wettelijke bepaling geheel of
gedeeltelijk is geweigerd, dan wel niet of niet geheel is
betaald.