**1..** De duur van de aansluitende uitkering wordt vastgesteld op
drie maanden, vermeerderd voor de betrokkene:
die op de dag van ontslag de leeftijd van 21 jaar
nog niet heeft bereikt met een duur gelijk aan 18%
van de diensttijd;
die op de dag van ontslag 21 jaar oud is met een
duur van 19,5% van de diensttijd en zo vervolgens
per leeftijdsjaar opklimmende met 1,5%.
**2..** De in het eerste lid berekende duur wordt verminderd
met:
de duur van de uitkering krachtens de
Werkloosheidswet, zoals deze is vastgesteld op de
eerste dag van de werkloosheid en
twee jaar.
**3..** Ter bepaling van de duur van de aansluitende uitkering voor
betrokkene, genoemd in artikel 10a:15, achtste lid, wordt
uitgegaan van de datum van het ontslag.
**4..** De betrokkene die op het tijdstip van ontslag de leeftijd
van 55 jaren of ouder heeft bereikt, heeft recht op een
aansluitende uitkering tot de eerste dag van de
kalendermaand waarin hij 65 jaar wordt.