De vrijwilliger kan voor een bepaalde tijd geschorst
worden:
wanneer hem de straf van disciplinair ontslag is
opgelegd of hem het voornemen daartoe kenbaar is
gemaakt;
wanneer tegen hem, op grond van het daartoe bepaalde in
het Wetboek van Strafvordering, een bevel tot
inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis ten
uitvoer wordt gelegd;
wanneer tegen hem een strafrechtelijke vervolging is
ingesteld wegens misdrijf;
in andere gevallen waarin het belang van de dienst dit
noodzakelijk maakt.