**1..** Met inachtneming van het bepaalde in artikel 6:2 geeft het
college algemene regels met betrekking tot de duur van de
vakantie.
**2..** De duur van de vakantie van een ambtenaar die is aangesteld voor
een formele arbeidsduur van minder dan 36 uur per week, wordt
naar evenredigheid verminderd.
**3..** Bij de in het eerste lid bedoelde algemene regels wordt ten
aanzien van de ambtenaren of bepaalde groepen van ambtenaren
voorzien in een vermeerdering van de vakantie op grond van
volbrachte diensttijd of bereikte leeftijd, dan wel van beide,
waarbij het bepaalde in het tweede lid van overeenkomstige
toepassing is.
**4..** De aan de ambtenaar volgens de in het eerste lid bedoelde
algemene regels toekomende vakantie wordt vermeerderd met 14,4
uren ten aanzien van degene, bedoeld in de artikelen 3:3 en
3:3:1, indien regelmatig en in belangrijke mate op onregelmatige
uren wordt gewerkt, respectievelijk indien de in artikel 3:3:1
genoemde verplichting regelmatig en in belangrijke mate op de
ambtenaar rust.
**5..** In gevallen waarin dit artikel niet voorziet, stelt het college
bijzondere regels vast.
**6..** In afwijking van het gestelde in artikel 6:2 wordt, met ingang
van de dag waarop de seniorenarbeidsduur van de ambtenaar op
grond van artikel 5:1 of 5:3 wordt teruggebracht, de duur van de
vakantie naar evenredigheid verminderd en vervalt het recht op
vermeerdering van vakantie als bedoeld in het derde lid van dit
artikel.
**7..** Het recht op vermeerdering van de vakantie als bedoeld in het
derde lid van dit artikel vervalt met ingang van de dag waarop
de ambtenaar gebruikmaakt van de FPU Gemeenten als omschreven in
hoofdstuk 5a.