**1..** Aan de gewezen ambtenaar die recht heeft op een WGA- of
IVA-uitkering wordt, bij arbeidsongeschiktheid in en door de
dienst, een aanvullende uitkering verleend.
**2..** De aanvullende uitkering genoemd in het eerste lid is voor
de ambtenaar met een WGA- of IVA uitkering, gelijk aan het
bedrag dat nodig is om de aan de ambtenaar toegekende WGA-
of IVA-uitkering, vermeerderd met een aan de ambtenaar
toegekende bovenwettelijke aanvulling ingevolge het
pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, aan te
vullen tot een bepaald percentage van de bezoldiging die de
ambtenaar heeft genoten in het jaar voorafgaand aan zijn
ontslag. Dit percentage is afhankelijk van de mate van
arbeidsongeschiktheid en bedraagt bij een
arbeidsongeschiktheid van:
80% of meer: 95%
65 tot 80% 68,875%
55 tot 65% 57%
45 tot 55% 47,5%
35 tot 45% 38%
**3..** De aanvullende uitkering eindigt:
indien de gewezen ambtenaar niet meer voldoet aan de
in het eerste lid genoemde voorwaarden of;
met ingang van de eerste dag van de maand waarin de
ambtenaar 65 jaar wordt.
**4..** De gewezen ambtenaar die recht heeft op een uitkering op
grond van dit artikel, is verplicht om het college op de
hoogte te stellen van wijzigingen in zijn
arbeidsongeschiktheiduitkering of bovenwettelijke aanvulling
ingevolge het pensioenreglement van de Stichting
Pensioenfonds ABP.