Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Regeling briefadres gemeente Hoeksche Waard 2025

1.. Onder deze beleidsregels worden verstaan: Aangever: de betrokkene die aangifte doet van een briefadres; briefadres: het adres waar voor betrokkene bestemde geschriften in ontvangst worden genomen (artikel 1.1, onder p Wet BRP) en waar, indien het post van de overheid betreft, zorg wordt gedragen dat geschriften of inlichtingen daarover, betrokkene bereiken (artikel 2:45 lid 3 Wet BRP); briefadresgever: de natuurlijke persoon of rechtspersoon als bedoeld in artikel 2.42 van de Wet BRP, die een briefadres ter beschikking stelt. Wanneer de briefadresgever een rechtspersoon is, dient deze te zijn aangewezen door het college van burgemeester en wethouders; briefadreshouder: degene die een briefadres houdt bij een briefadresgever; het College: burgemeester en wethouders van gemeente Hoeksche Waard; gezinshuishouden: Twee personen die volgens de basisregistratie personen een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan of gehuwd zijn, met of zonder kind(eren); Twee personen die door het overleggen van een door een notaris opgemaakt samenlevingscontract hebben aangetoond, dat zij een gemeenschappelijke huishouding voeren, met of zonder kind(eren); Een alleenstaande ouder met kind(eren); kort verblijf in het buitenland: hiervan is sprake als betrokkene gedurende één jaar ten hoogste twee derde van de tijd in het buitenland verblijft; woonadres: Het adres waar betrokkene woont, waaronder begrepen het adres van een woning die zich in een voertuig of vaartuig bevindt, indien het voertuig of vaartuig een vaste stand- of ligplaats heeft, of indien betrokkene op meer dan één adres woont, het adres waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten. 2.. Alle gebruikte begripsbepalingen die in deze beleidsregels niet nader omschreven zijn, hebben dezelfde betekenis als in de Wet basisregistratie personen (Wet BRP), het Besluit basisregistratie personen (Besluit BRP) en de Algemene wet bestuursrecht (AWB). 3.. Het ontbreken van een adres als bedoeld in lid 1 sub h, betrokkene naar redelijke verwachting gedurende drie maanden ten minste twee derde van de tijd zal overnachten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel