Naar hoofdinhoud
1.. De raad kan, wanneer zij dat nodig acht, digitaal vergaderen; 2.. Deelnemers zijn zichtbaar en hoorbaar, zodanig dat de voorzitter en de griffier de identiteit zonder twijfel kan vaststellen; 3.. De griffier stelt een presentielijst op van de deelnemers wiens identiteit is vastgesteld en ondertekent de presentielijst samen met de voorzitter. De presentielijst wordt op gebruikelijke wijze gearchiveerd; 4.. Tijdens de vergadering mogen deelnemers de camera en de microfoon uitdoen, maar bij stemmingen moeten de deelnemers zichtbaar en hoorbaar zijn.; 5.. De vergadering kan door de voorzitter worden geopend indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende deelnemers deelneemt aan de videovergadering.

Rechtspraak bij dit artikel