Het college geeft de houder bij een op herstel gericht handhavingsmaatregel altijd een termijn om de overtreden kwaliteitseis alsnog na te leven. Dit heet de herstel- of de begunstigingstermijn. De hersteltermijn of begunstigingstermijn van een herstellende maatregel is afgestemd op een redelijke tijd die nodig is om de overtreding te beëindigen en herhaling te voorkomen. Bij de bepaling van de termijn wordt rekening gehouden met de aard en de ernst van de overtreding, waarbij het uitgangspunt is dat de overtreding zo spoedig mogelijk moet worden opgeheven. Zo zullen overtredingen die direct invloed hebben op de kwaliteit van de opvang en daarmee de veilige en gezonde omgeving, of die direct invloed hebben op de ontwikkeling van de kinderen, over het algemeen een korte hersteltermijn kennen.
Als uitgangspunt worden door het college de volgende termijnen gehanteerd:
maximaal twee weken voor herstel van overtredingen met gevolgen voor de directe veiligheid, gezondheid of pedagogisch welbevinden van de kinderen in de dagelijkse opvangpraktijk;
maximaal zes weken voor herstel of wijziging van beleidsvoering en administratieve vereisten die redelijkerwijs moeten leiden tot verantwoorde kinderopvang;
maximaal zes weken voor herstel van andere overtredingen die geen directe gevolgen hebben voor de veilige en gezonde omgeving van de kinderen;
De houder is al op de hoogte van de overtreding(en) vanaf het moment dat het definitieve rapport wordt gepubliceerd. Vervolgens vraagt de beoordeling van de gemeente een zekere termijn. De bovengenoemde termijnen gelden pas met ingang van de door de gemeente formeel bekendgemaakte handhavingsmaatregel en zullen daarom in alle gevallen toereikend (moeten) zijn voor de houder.
De hersteltermijn zal met deze uitgangspunten bij elk handhavingsbesluit aan de hand van de specifieke situatie worden bepaald.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.1
Artikel 6.1.4
Hersteltermijn/begunstigingstermijn
Onderdeel van Beleidsregels toezicht en handhaving Wet kinderopvang gemeente De Bilt 2020