Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.2

Artikel 6.2.6

De bestuurlijke boete (hierna: boete)

Onderdeel van Beleidsregels toezicht en handhaving Wet kinderopvang gemeente De Bilt 2020

Naast een herstellend traject kan er ook een bestraffend traject worden ingezet. Dit is een bestuurlijke boete. De boete wordt opgelegd voor het overtreden van onder 3.3 opgesomde speerpunten. De boete kan ook opgelegd worden voor het niet opvolgen van een aanwijzing, een bevel of exploitatieverbod, het niet meewerken aan een vordering van de toezichthouder, illegale opvang of het niet tijdig doorgeven van een wijziging. De bestuurlijke boete wordt altijd gecombineerd met een aanwijzing of last onder dwangsom. Een boete bestraft een overtreding die in het verleden begaan is. Er is dus een overtreding geconstateerd en dat feit wordt bestraft. Een boete wordt gelijktijdig opgelegd met een aanwijzing, een last onder dwangsom of een exploitatieverbod. Een boete is onvoorwaardelijk en moet altijd worden betaald. Het is, in tegenstelling tot de andere hierboven behandelde maatregelen, een punitieve (bestraffende) sanctie. De boete verschilt daarin van de dwangsom. Bij de dwangsom kan het betalen van het bedrag namelijk worden voorkomen door de overtreding tijdig te herstellen en hersteld te houden. Bij de boete is dat niet het geval. Een boete kan door het college worden opgelegd bij: Het overtreden van de kwaliteitseisen uit de Wet kinderopvang en aanverwante regelgeving; Het niet opvolgen van een bevel of aanwijzing; Niet meewerken aan een verzoek van een toezichthouder of het bewust verkeerd informeren van een toezichthouder; Het niet tijdig melden van wijzigingen van de in het LRK geregistreerde gegevens. Een boete wordt door het college worden opgelegd bij: voor het overtreden van onder 3.3 opgesomde speerpunten; Het starten van de exploitatie, voor de datum van ingang van de toestemming tot exploitatie; Het overtreden van een exploitatieverbod. Hoogte van een boete en grootte van de organisatie De Wet kinderopvang geeft de gemeente de bevoegdheid om voor een overtreding / het niet naleven van een kwaliteitseis uit de Wko een boete op te leggen van maximaal €45.000. Voor de hoogte van boetes zijn in het afwegingsoverzicht normbedragen opgesteld. Proportionaliteit en een goede dosering zijn een belangrijk uitgangspunt bij handhaving. Gemeente De Bilt hanteert daarom vijf categorieën waar de boetebedragen op worden afgestemd: Grote organisaties: een totale capaciteit van meer dan 150 kindplaatsen / bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang. Middelgrote organisaties: een totale capaciteit van 101 tot en met 150 kindplaatsen / bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang. Middelkleine organisaties: een totale capaciteit van 51 tot en met 100 kindplaatsen / bemiddelende voorzieningen voor gastouderopvang Kleine organisaties: een totale capaciteit van minder dan 51 kindplaatsen / bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang. Voorzieningen voor gastouderopvang. Ad 1. Voor een grote organisatie geldt het volledige normbedrag zoals opgenomen in het afwegingsmodel handhaving (zie bijlage). Ad 2. Voor een middelgrote organisatie is drie vierde van het normbedrag de richtlijn. Ad 3. Voor een middelkleine organisatie is twee vierde van het normbedrag de richtlijn. Ad 4. Voor een kleine organisatie is dat één vierde deel. Ad 5. Voor voorzieningen voor gastouderopvang is dat één vijfde deel van het normbedrag. Dit geldt niét voor die voorwaarden in het afwegingsmodel waar specifiek gastouder staat vermeld. Daar is de hoogte van de som al afgestemd op deze voorziening. Bij de bepaling van de grootte van de organisatie is de registratie in het LRK op het moment van begaan van de overtreding het uitgangspunt. Hierbij wordt over gemeentegrenzen heen gekeken. Na bepaling van de categorie en het bijbehorende normbedrag kan er een verlaging of verhoging van het bedrag van toepassing zijn, afhankelijk de ernst van het feit de verwijtbaarheid of de omstandigheden van het geval, de eventuele verzachtende of verzwarende omstandigheden. Herhaalde overtredingen (recidive) Bij de vaststelling van de boete wordt uitgegaan van: 1,5 maal het in het afwegingsmodel opgenomen boetebedrag indien een overtreding plaatsvindt binnen een periode van twee jaar nadat een eerdere overtreding van dezelfde wettelijke norm heeft plaatsgevonden waarvoor eveneens een bestuurlijke boete was opgelegd; 2 maal het in het afwegingsmodel opgenomen boetebedrag indien er sprake is van een derde of volgende overtreding van dezelfde wettelijke norm binnen een periode van twee jaar nadat de daaraan voorafgaande overtreding zich heeft voorgedaan waarvoor eveneens een bestuurlijke boete was opgelegd. Het college kan besluiten om de bestuurlijke boete te verhogen wanneer hier aanleiding toe is. Bij recidive wordt de bestuurlijke boete in beginsel als volgt verhoogd: Herhaling van dezelfde overtreding op dezelfde voorziening binnen twee jaar. Een overtreding binnen hetzelfde domein binnen twee jaar Een overtreding van de kwaliteitseis bij een van de vestigingen van de houder binnen de gemeente binnen een periode van twee jaar Wanneer er meerdere overtredingen zijn waar een boete voor wordt opgelegd, worden de bedragen bij elkaar opgeteld tot één bedrag.

Rechtspraak bij dit artikel