Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.2

Onderzoek

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Maasdriel 2024

Tweede lid Het college informeert de jeugdige en/of ouders tijdens het onderzoek over de verwachtte termijnen tijdens de vervolgprocedure. Hierbij hanteert het college in de basis de stelregel ‘zo spoedig mogelijk’, behalve de wettelijke termijn van acht weken na de aanvraag. Op basis van verschillende factoren kan het college inschatten welke termijnen haalbaar zijn en deze termijn en afhankelijkheidsfactoren bespreken met jeugdige en/of ouders. Het college informeert de jeugdige en/of ouders tijdens het onderzoek over het verschil tussen het ondertekenen van het verslag ‘voor akkoord’ of ‘voor gezien’. ‘Voor akkoord’ betekent: de jeugdige en/of ouders hebben het verslag ontvangen, begrijpen wat er onder wordt verstaan en zijn het eens met de conclusies. ‘Voor gezien’ betekent: de jeugdige en/of ouders hebben het plan van aanpak ontvangen, begrijpen wat er onder wordt verstaan en zijn het niet eens met de conclusies. Zesde lid Bij het gesprek is/zijn in ieder geval aanwezig: Voor een jeugdige tot twaalf jaar: de ouder(s); Voor een jeugdige tussen de twaalf en zestien jaar: de jeugdige en de ouder(s); Voor een jeugdige vanaf zestien jaar: de jeugdige zelf. Het college heeft de nadrukkelijke wens dat een jeugdige altijd bij het gesprek aanwezig is. Het is relevant om een jeugdige in het echt te zien. De jeugdige en/of ouders kunnen een familiegroepsplan inbrengen als input voor het gesprek op grond van artikel 2.1 van de Jeugdwet. Het college maakt zoveel mogelijk gebruik van bestaande expertise en kennis bij professionals die al bekend zijn met de jeugdige en/of ouders. Daartoe vraagt de medewerker van het gebiedsteam aan de jeugdige en/of ouders toestemming om informatie op te vragen bij andere instanties, zoals de professionals die algemene voorzieningen uitvoeren of Leerplicht. Voor het opvragen van de noodzakelijke informatie is schriftelijke toestemming nodig van: Voor de jeugdige tot twaalf jaar: de ouder(s); Voor de jeugdige tussen de twaalf en zestien jaar: in ieder geval de ouder(s) en de jeugdige indien hij in staat is zijn belangen voldoende te behartigen (wilsbekwaam is). Voor een jeugdige vanaf zestien jaar: alleen de jeugdige zelf, tenzij de jeugdige niet in staat is zijn belangen voldoende te behartigen (wilsbekwaam is). Zevende lid Indien de hulpvraag bij het college al voldoende bekend is, zoals bij een vervolgaanvraag of een verlenging onder dezelfde omstandigheden, dan kan in overleg met de jeugdige en/of ouders worden afgezien van een gesprek. Achtste lid Het onderzoek vindt bij de jeugdige en/of ouders thuis plaats. Het is relevant om de leefomgeving van de jeugdige en/of ouders te zien en de jeugdige en/of ouders in de vertrouwde omgeving te observeren. Slechts indien nodig, bijvoorbeeld om redenen van veiligheid, kan het gesprek ook elders of in het gemeentehuis plaatsvinden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel