**1.a.** Het college verstrekt aan de uitkeringsgerechtigde, die deeltijdarbeid verricht en geen volledige arbeidsverplichting heeft (zoals bedoeld in artikel 9, tweede lid van de wet), elk half jaar een premie van 225 euro.
Het recht op de premie ontstaat een half jaar na afloop van de eerste 6 maanden van deeltijdarbeid.
**1.b.** Als voorwaarden voor het recht op premie geldt dat de uitkeringsgerechtigde:
arbeid in een dienstbetrekking van ten minste acht uren per week heeft verricht;
ten minste gedurende vier van de zes maanden inkomsten uit de dienstbetrekking heeft genoten.
**1.c.** Overgangsregeling:
Voor uitkeringsgerechtigden, die in 2010 recht hadden op een jaarlijkse premie uit hoofde van artikel 11 van de oude Re-integratieverordening Wet werk en bijstand geldt de volgende overgangsregeling:
uitkeringsgerechtigden die in de periode van 1 januari 2010 tot en met 30 juni 2010 recht hadden op een jaarlijkse premie van 250 euro, hebben op 1 januari 2011 recht op de eerste halfjaarlijkse premie van 225 euro, mits aan de voorwaarden onder sub b. is voldaan;
uitkeringsgerechtigden die over de periode van 1 juli 2010 tot en met 31 december 2010 recht hadden op een jaarlijkse premie van 250 euro, hebben op 1 juli 2011 recht op de eerste halfjaarlijkse premie van 225 euro uit hoofde van artikel 1, mits aan de voorwaarden onder sub b. is voldaan.
**2.a.** Een uitkeringsgerechtigde die deeltijdarbeid verricht binnen een periode waarin hij ook deelneemt aan een leerwerkplek, ontvangt gedurende maximaal één jaar een halfjaarlijkse premie deeltijdarbeid van 10% van de netto maandinkomsten, tot een maximum van 400 euro per half jaar. Het recht op de premie ontstaat een half jaar na afloop van de eerste 6 maanden van deeltijdarbeid
**2.b.** Als voorwaarde voor het recht op premie geldt dat de uitkeringsgerechtigde voldoende heeft meegewerkt aan zijn arbeidsinschakeling teneinde volledig in de kosten van het bestaan te kunnen voorzien.
**2.c.** De premie voor deeltijdarbeid wordt ook verstrekt over de periode van een half jaar, waarin de leerwerkplek wordt beëindigd, maar het deeltijdwerk voortgezet.
**2.d.** De vaststelling van het recht op de premie voor een leerwerkplek staat los van de vaststelling van het recht op de premie deeltijdarbeid.
**2.e.** De premie als bedoeld in sub a. wordt tegelijkertijd met de premie voor een leerwerkplek (als bedoeld in artikel 4A, sub e. van deze verordening) uitgekeerd als één bedrag.
**3.a.** De toekenning van de premies onder lid 1 en lid 2 geschiedt ambtshalve.
**3.b.** Het college is bevoegd nadere voorwaarden te stellen, waaronder de premies onder lid 1 en lid 2 worden verstrekt.