Naar hoofdinhoud

Artikel 1

begripsbepalingen

Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2010

In deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet: Wet werk en bijstand; b. uitkeringsgerechtigde: persoon, vanaf 18 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd, die algemene bijstand ontvangt ingevolge de wet, ingevolge de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) of de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz). c. Anw-er: persoon die een nabestaanden- of halfwezenuitkering ontvangt op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw). d. niet-uitkeringsgerechtigde: persoon, vanaf 18 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd die geen uitkering heeft ingevolgde de wet en persoon vanaf 16 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd die geen uitkering heeft ingevolge de wetten en regelingen in artikel 6 van de wet.  Met een niet-uitkeringsgerechtigde wordt gelijkgesteld de persoon die arbeid verricht waarmee volledig in de kosten van het bestaan kan worden voorzien, doch waarvoor een vorm van subsidie aan de werkgever wordt verleend. Van toepassing is artikel 10, lid 2 van de wet. e. belanghebbende: persoon die overeenkomstig artikel 10 van de wet aanspraak kan maken op een voorziening, met inbegrip van de instelling of onderneming waaraan een werkgelegenheidssubsidie wordt toegekend. f. voorziening: re-integratiemiddel gericht op arbeidsinschakeling, als bedoeld in artikel 7, lid 1 sub a. van de wet. g. premie: de zesmaandelijkse premie in het kader van een leerwerkplek, als bedoeld in artikel 10a van de wet. h. deeltijdpremie: de zesmaandelijkse premie voor een uitkeringsgerechtigde die arbeid in dienstbetrekking verricht, waarmee niet volledig in de kosten van bestaan (zoals bedoeld in artikel 22 van de wet) kan worden voorzien. i. dienstbetrekking: een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel een aanstelling als ambtenaar als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Ambtenarenwet, uitgezonderd arbeidsovereenkomsten waarvan de bedongen arbeid wordt gesubsidieerd op grond van de wet en arbeidsovereenkomsten ingevolge de Wet sociale werkvoorziening. j. college: het college van burgemeester en wethouders. k. leerwerkplek: het tijdelijk verrichten van onbeloonde additionele arbeid (zoals bedoeld in artikel 10a van de wet) door een uitkeringsgerechtigde met behoud van uitkering in het kader van een re- integratietraject. l. loonkostensubsidie: een tijdelijke loonkostensubsidie ten behoeve van een werkgever, die een belanghebbende beloonde arbeid aanbiedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel